Over denken en cultuuromslag

Conflicten kunnen vele oorzaken en soms vele oorzaken tegelijk hebben. Vaststaat echter dat of deze conflicten bij gemeenschappen al of niet tot oorlog en geweld leiden bepaald wordt door een al of niet gemanipuleerd collectief denkproces.

Prof. Decorte stelde zich in het eerder gepubliceerde deel van zijn voordracht de vraag aan welke voorwaarden het denken van mensen zou moeten voldoen om tot een cultuuromslag te komen, een omslag die zou kunnen leiden tot een cultuur van vrede en geweldloosheid. Daartoe liet hij een zestal denkmodellen uit de filosofische gereedschapskist de revue passeren om vervolgens te constateren dat geen enkele ervan tot zo'n omslag kan voeren.
Toch was die uiteenzetting heel waardevol, omdat veel van die denkmodellen, lees: manieren van denken, heel gebruikelijk zijn in de wereld waarin we leven en ons laten zien hoe het niet moet.

Voor de lezers die 'tKA nr. 3 niet meer bij de hand hebben noem ik in het volgende in 't kort een aantal van de door prof. Decorte behandelde denkmodellen.
Het gevaar bestaat dat ik hiermee de inhoud en het filosofisch vakgebied tekort doe door mijn persoonlijke korte interpretatie en mijn niet-vaktechnisch taalgebruik.
Daarom.... zie ook 'TKA nr. 3.

De klassieke realistische manier van denken is wellicht de meest gangbare. Het is zwartwit denken: "Ik ben goed, bedoel het althans goed. De ander zit mij dwars, wil dus niet het goede, is de slechterik".
Dit denkmodel leidt tot bewapening en wellicht tot oorlog.

Het denktype waaronder dat van René Girard.
De mens bootst de ander in zijn verlangens na. Hij wil hetzelfde als de ander en daaruit ontstaat strijd. De mens als individu of als groep spiegelt zich aan de ander, wil hem of hun imiteren, nabootsen. Wat zij hebben wil ik ook. Waar de bezitter niet bereid is tot afstand doen escaleert het conflict.
Soms wordt de agressie, aldus Gerard, afgereageerd op een beperkte groep, de zondebok. Deze zuigt het geweld op. De grote klap blijft dan uit, maar de zondebok is geofferd op het altaar. Voor hem geen vrede.

Bij de dialectische denkwijze wordt ervan uitgegaan dat vrede en oorlog eigenlijk bij elkaar horen, zoals dag en nacht. Het zijn twee kanten van één medaille. Het staat zoals Decorte schrijft, voor een gebeuren of een begrip dat in zijn tegendeel omslaat.
Hoewel Hegel, bij wie het begrip vandaan komt spreekt over these en antithese (=stelling en tegenstelling), waarop synthese zou volgen, mogelijk op een hoger plan, stelt Decorte dat dit denktype een pleidooi is voor de onmogelijkheid om geweld uit te schakelen, tenzij dan sporadisch.

Het fenomenologisch denken.
Oorlog en vrede zouden daarbij onmiddellijk voor ons toegankelijk zijn; deze verschijnselen zou men los kunnen zien van historie of van wat dan ook.
Decorte stelde dat men van hieruit Nietsche kan begrijpen als hij het heeft over de machtswil en de blinde krachten; "alles is chaos, geweld, conflict, strijd, oorlog. Vredeswil is niet anders dan een slecht gemaskeerde, decadente, levensontkennende en nihilistische machtswil van de zwakke". Nou, dat liegt er niet om.

Bij het fenomenologisch denken kan men ook, maar dat ligt aan de andere kant van het spectrum allerlei utopieën onderbrengen als die van de Quakers, die van de klasseloze maatschappij en al de bewegingen die ervan uitgaan dat de mens goed is. Deze utopieën, aldus Decorte, werken niet of slecht of slechts in kleine gemeenschappen van gelijkgezinden. Een aanknopingspunt voor een brede cultuur van vrede ziet hij er niet in.
Persoonlijk merk ik hierbij op dat utopieën op zichzelf dan wel niet voldoende zijn om de wereld te veranderen, maar ze vormen wel een referentiekader en zijn aldus toch waardevol.

De deconstructiemethode.
Bij dit heden ten dage zeer gangbare denkmodel wordt ervan uitgegaan dat niet één enkel denkmodel alleen zaligmakend is en een probleem strategisch zou kunnen oplossen.
Op zich is dit een heel redelijke en nuchtere manier van denken.
Helaas leidt het echter tot post-modern cynisme. Wereldvrede wordt beschouwd als één van de grote verhalen waar men afscheid van heeft genomen. Het post-moderne individualistisch cynisme vindt het voldoende om voor eigen deur te vegen. De rest is een ver van mijn bed show.

De in het bovenstaande aangehaalde manieren van denken leiden aldus Decorte niet naar de gewenste cultuur van vrede en geweldloosheid.
Om wel een richting aan te geven knoopt hij in het volgende slot van zijn artikel aan bij een anekdote die hij in het begin van zijn voordracht vertelde, namelijk die van een kapitein tijdens de Franse revolutie. Deze had van zijn oversten de opdracht gekregen een plein vol volgestroomd met hongerige opstandige mensen van dat 'canaille' te ontdoen.
Door de mensen toe te spreken als eerbiedwaardige burgers, door hen te herdefiniëren en hun de gelegenheid te geven zichzelf te herdefiniëren wist hij de situatie zonder geweld op te lossen.
We laten hem nu verder zelf aan het woord in het slot van zijn voordracht.

Koos de Beus

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Updated: 4 september 2000