Ook fanatiek?

afbeelding beeldenstorm

Er zullen maar weinig mensen zijn die zichzelf fanatiek noemen. Begrijpelijk, want fanatisme en onverdraagzaamheid liggen dicht bij elkaar. En niemand wil toch onverdraagzaam heten? Maar onze zelfkennis vertoont nogal eens witte plekken, ook als het om verdraagzaamheid gaat. Vreemde volkeren met een andere godsdienst, een andere denkwijze, een andere cultuur, zij kunnen onze belangstelling wekken, maar evengoed onze zekerheden aantasten, en op dit laatste zitten we niet te wachten. Bij in het oog vallende verschillen zijn we al gauw geneigd tot negatieve reacties.

Onze verdraagzaamheid kan al op de proef worden gesteld door voorbijlopende vrouwen met lange jurken en versluierende hoofddoekjes. Dat de volksmond de aanduiding pinguïns bedacht heeft, wijst er op dat kleine culturele verschillen opgevat kunnen worden als provocaties en dus een lichte ergernis kunnen opwekken.
De Poolse filosoof Leszek Kolakowski heeft over tolerantie, en dus over verdraagzaamheid een aantal behartenswaardige opmerkingen gemaakt. Hij laat zien dat tolerantie het resultaat kan zijn van een historisch proces. Zo stelt hij dat er in een homogene samenleving, waarin ieder hetzelfde geloof belijdt en in hetzelfde culturele patroon leeft, geen noodzaak tot tolerantie bestaat. Door de sociale controle zijn er voldoende mogelijkheden om afwijkingen van de gemeenschappelijke norm binnen de perken te houden. Zo blijven rust en eenheid in de samenleving bewaard. Dit was ongeveer de situatie in het middeleeuwse Europa. Hierin kwam verandering met de opkomst van het protestantisme. Naast en tegenover het leergezag van de kerk van Rome kwam het gezag van de bijbel te staan. Hieruit ontstond een conflict dat tot fanatisme en haat leidde.

Ketterjacht, beeldenstorm en een zich tachtig jaar voortslepende oorlog teisterden onze Lage Landen. Maar ook in de ons omringende landen waren geloofsverschillen de aanleiding tot vervolging en oorlog. Een lange weg van schade en schande bracht mensen tot het inzicht dat er pas een eind aan het conflict kon komen als de strijdende partijen bereid zouden zijn elkaar enige ruimte te gunnen. In Frankrijk verkregen de protestanten vrijheid van godsdienst in 1958 bij het edict van Nantes. In Scandinavië ontstond de Lutherse Staatskerk, die door een zekere vrijzinnigheid gekenmerkt wordt. In de Nederlanden verwierven de protestanten hun geloofsvrijheid samen met de nationale zelfstandigheid. Zo bereikte ieder land zijn eigen variant op het thema van de tolerantie, vaak ten koste van veel slachtoffers. In Ierland is het conflict trouwens nog steeds niet tot een door ieder aanvaarde oplossing gekomen. Ook daar zal er pas ruimte voor tolerantie ontstaan als de strijdende partijen hun eigen waarheden en vanzelfsprekendheden enigszins kunnen relativeren. Dat er in dit ontwikkelingsproces zwaarwegende belangen meespelen, die de tolerantie kunnen blokkeren, betekent dat ook in dit opzicht gezocht moet worden naar een aanvaardbaar compromis.

Het openlijk innemen van een standpunt kan verstrekkende gevolgen hebben, zowel voor groepen als voor personen. Dit geldt niet alleen bij godsdienstkwesties maar ook bij de keuze voor geweldloos handelen tegenover die voor geweldsgebruik. Wonderlijk genoeg tonen de ontwikkelingen van beide soorten conflicten een aantal overeenkomsten. Zo houden godsdienst en oorlog beide verband met de vragen rond leven en sterven. Vragen die een soort kosmische huiver kunnen oproepen over de goden met hun veronderstelde macht over de kosmische krachten en over de oorlog, waarbij sinds de atoombewapening eveneens kosmische krachten kunnen worden ontketend. Standpunten zijn in beide gevallen niet afdoen de te onderbouwen met louter logische argumenten. Er spelen daarvoor teveel irrationele elementen een doorslaggevende rol.

Een derde punt van overeenkomst wordt gevormd door de enorme belangen die het innemen van een standpunt mede bepalen. De kerken hebben een stoet van geestelijken van hoog tot laag en andere betrokkenen zoals de bouwers en de kunstenaars die vorm geven aan het geestelijk leven. De legers hebben hun talrijk personeel van soldaat tot generaal en het bijbehorend militair-industrieel complex. Verder zijn de kerken te beschouwen als instrument in handen van de geestelijke heersers en de legers als instrument in handen van de wereldlijke machthebbers, waardoor ze een extra zware betekenis bezitten.
Bovengenoemde punten geven een zeker inzicht in de oorzaken van het fanatisme waarmee gereageerd wordt op iedere serieuze mogelijkheid tot aantasting van de verworven machtsposities.

Zowel bij godsdienstige als bij militaire conflicten worden de argumenten van de macht in de ideologische keukens gemengd met morele kwestie als de tien geboden en de mensenrechten. Zo ontstaat een onhelder papje dat iedere partij aan het eigen thuisfront voorzet. In plaats van oprecht te zoeken naar oplossingen zonder geweld, wordt de propagandamachine in werking gesteld zodat de gewone man en vrouw ervan overtuigd raken 'dat er nu toch iets moet gebeuren'. In militaire kwesties betekent dit 'iets' meestal de inzet van geweld. Al in 1900 schreef de vredesactiviste Bertha von Suttner over de hypnotisering van de massa en de kwalijke rol van de media daarbij. We zagen dit duidelijk bij de kwestie Kosovo. Lord Gilbert, Brits staatssecretaris van defensie tijdens de Navo-acties vorig jaar tegen Joegoslavië, maakte duidelijk dat er de afgelopen eeuw niets veranderd is door zijn openhartige bekentenis dat de NAVO Milosovic gedwongen heeft tot oorlog door de Joegoslavische leider onmogelijke eisen te stellen. Zelfs pacifisten gingen toen om onder invloed van de oorlogshetse. Omdat veel pacifisten politieoptreden aanvaarden, kunnen ze voor een dilemma komen te staan bij zogenaamd politioneel optreden van het leger. Zo ontstaat er een conflict tussen pacifisten onderling. Ook deze conflicten kunnen fanatieke kantjes hebben. Pacifisten zijn soms net mensen. Jammer dat de aandacht voor het gebruik van geweldloze middelen hierdoor verloren gaat. Het zou van wijsheid getuigen als ook hier meer ruimte zou komen voor tolerantie. Onze slogan men overtuigt niemand met geweld zou aangevuld kunnen worden met de woorden maar evenmin met fanatisme.

Wim Harms

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Updated: 14 september 2000