Welke lessen heeft de Vredesbeweging getrokken uit de oorlog in Kosovo?

Interne beraadsdag LBVO op zaterdag 9 september 2000

Jan Schaake en Bram van der Lek maakten, ter voorbereiding op deze dag , een gedegen discussiestuk Op zoek naar een antwoord op de roep om ‘humanitaire interventie’. In een korte terugblik noemde Jan Schaake een aantal punten om aan te tonen dat we eigenlijk geen rampenplan hadden.
  • We waren slecht voorbereid op een oorlog die 'de best voorbereide oorlog' is genoemd.
  • Het ontbrak aan preventie. Er is onvoldoende geluisterd naar waarschuwingen (Pas 3 dagen na de eerste bombardementen op Servië op 24 maart, kwam het LBVO bijeen. Vlak daarna werd de eerste demonstratie gehouden.
  • Ons werd verweten dat we geen alternatief hadden. Kennelijk hebben we de BVTN (Burger Vredesteams) niet over­tuigend genoeg als alternatief ingebracht.
  • Een troefkaart voor de media en de NAVO was de solidariteit die men voelde met de slachtoffers (underdog). Het is wel 'de oorlog van rechts en de solidariteit van links' genoemd.
  • We lijden aan een cultureel/humanitair imperialisme. We moeten ons zelfbeeld relativeren.
  • We hebben teveel energie gestoken in de teleurstelling over de houding van Groen Links. Dat heeft samenwerking met de SP ondermijnd.
Hans Feddema stelde twee vragen ter discussie:
  • Zien wij de solidariteitsval en hoe gaan we om met de internationale politiek?
  • Wat vinden wij van het aspect van het cultureel imperialisme?
Het is goed je te realiseren dat solidariteit kan doorslaan. Er zijn culturen waar mensen de plicht hebben hun familie te helpen, maar ook zonder die plicht kan solidariteit leiden tot vriendjespolitiek/corruptie.
Solidariteit kent z’n grenzen van ethiek, gerechtigheid en vrede. Worden die grenzen niet in acht genomen dan kan dat leiden tot ‘het doel heiligt de middelen’. Het is de publieke opinie die die middelen goed in de gaten moet houden, aldus Feddema.
Doorgeslagen solidariteit kan een oorlog verlengen en het leed verergeren. Joegoslavië is daar een goed voorbeeld van. Geen land wilde soldaten leveren voor de bescherming van de ‘save haven’ Srebrenica. Nederland bood zich aan. Er was voor gewaarschuwd dat dit gebied niet te verdedigen was. Had Nederland zich niet aangeboden dan hadden de mensen zich misschien op tijd zelf in veiligheid kunnen brengen. Nu voelden ze zich veilig onder een bescherming die geen bescherming kon geven en zaten ze als ratten in de val.
Het is het failliet van het ‘underdog-denken’.
De vredesbeweging moet hier partij durven kiezen, moet een antwoord hebben op deze verkeerde solidariteit. ‘Vanuit een morele verontwaardiging en een zich solidair voelen met onderdrukten en slachtoffers, doet men een beroep op de politiek zonder daarbij de uiterst politieke vraag naar de doelmatigheid te stellen’, aldus de discussienota.

Discussiestuk: Verwarrend is dat de politiek zich bedient van morele begrippen om militaire interventie te rechtvaardigen. Er wordt gesproken over bescherming van mensenrechten en van humanitaire interventie”. Amerikaanse soldaten zeiden “Peace is our profession”. De media, vooral de tv, wekken solidariteitsemoties op. Mensen worden er rijp voor gemaakt militaire interventie als oplossing te zien, maar de paradox is dat men er geen eigen soldaten voor wil offeren. Militairen doen ons geloven dat het om peace-making gaat, terwijl het in wezen uitoefenen van macht is. Voor links moet het een uitdaging zijn kritisch te zijn t.a.v. van die macht.

Het is nodig dat we meer de geschiedenis bestuderen dan ons te verlaten op de sociale wetenschap. De geschiedenis herhaalt zich en door bestudering daarvan kunnen we ons behoeden dezelfde fouten te maken. Kosovo heeft ons geleerd dat de wens naar etnische zuivering, die latent aanwezig was, manifest werd gemaakt door het gebruik van geweld. Het geweld stimuleerde het vijanddenken. De NAVO koos partij door in te grijpen en maakte zich schuldig aan ‘eigen rechter spelen’ door de veiligheidsraad te omzeilen. De vijand werd gedemoniseerd, waardoor een eenzijdig/ongenuanceerd beeld ontstond.
Hierover moeten we met IKV en Pax Christi praten. Het is nodig dat we ons bundelen, verbreden en tijdig de politiek waarschuwen voor nieuwe rampen.
In 1991, toen aan Kosovo de autonomie ontnomen werd, wat tegen de wet was, hadden we een grote beweging in gang moeten zetten.
We moeten er achter zien te komen wat de achterliggende bedoelingen zijn van militair ingrijpen. Nu al zien we dat de olie ten oosten van de Kaspische zee een strijd kan opleveren waar de Oekraïne in betrokken wordt. Ook in Colombia dreigt het mis te gaan.
Er is gesuggereerd dat de bombardementen dictator Milosevic ten val zouden brengen, het tegendeel is gebeurd. De bevolking heeft zich hechter om hem heen geschaard. Ook dat had de geschiedenis ons kunnen leren, in Irak is hetzelfde gebeurd met Saddam Hussein.

Tilly de Waal

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Updated: 20 december 2000