Mensenrechten

Alle goede bedoelingen ten spijt zie ik geen enkel heil in het onderzoek door drie Europese wijzen in de affaire-Oostenrijk (NRC Handelsblad, 30 juni 2000).
Om Oostenrijk op het rechte (mensenrechten-)spoor te krijgen zijn geen wijzen nodig, maar zullen de veertien enkel tot het besef moeten komen dat hun politiek van de harde lijn of rechte rug weliswaar flink en rechtvaardig oogt, maar desondanks haar ideële doel finaal voorbijschiet.
Respect voor de mensenrechten, als basis voor de alom en immer beoogde vrede, is nu eenmaal niet af te dwingen met strafmaatregelen als diplomatieke sancties. Om maar te zwijgen over vredesmissies en economische boycots.
De sleutel voor de verwerkelijking van het mensenrechten- of vredesideaal, moet dan ook gezocht worden in de afschaffing van deze ondoelmatige politieke middelen. Daarvoor is een politieke cultuuromslag vereist. Gelukkig is ons de mogelijkheid daartoe gegeven. In tegenstelling tot onze natuur (waartoe ook die van de verguisde FPÖ behoort) is onze cultuur namelijk een creatie van onszelf en dus (mocht de wil daartoe aanwezig zijn) veranderbaar.
Daarbij doel ik op het ombouwen van onze (op partijen gestoelde) particratie of vechtcultuur, waarin het dictatoriale recht van de sterkste heerst en alles draait om partij- of kortetermijnbelangen, in een (op de mensenrechten gestoelde) democratie of consensuscultuur, waarin de macht bij het naar vrede en geweldloosheid hunkerende volk ligt en het algemeen of langetermijnbelang centraal staat.
Zolang deze ombouw of cultuuromslag achterwege blijft, zolang komt het opkomen voor het opkomen voor de mensenrechten, op de manier zoals de 14 eurobonzen doen, in feite neer op dweilen met de kraan open.

Wouter ter Heide

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Updated: 4 september 2000