Oorlog als misdaad tegen het milieu

Als mensen oorlog voeren tegen elkaar, voeren ze tevens oorlog tegen het milieu. Van Vietnam tot de Perzische Golf, van Afghanistan tot Kosovo heeft oorlog diep ingrijpende ecologische gevolgen. De negatieve invloed van legers begint trouwens lang voor de wapens spreken en duurt voort tot lang nadat de vrede getekend is. Dag na dag immers dragen militairen bij aan de afbraak van de ozonlaag, gebruiken ze op grote schaal onvervangbare grondstoffen en behoren ze tot de grootvervuilers van onze wereld. Ieder die zich de beelden herinnert van de door rook en roet verduisterde Koeweitwoestijn en van de brandende oliebronnen daar, die met hun helse schijn van de nacht een dag maakten, weet wat oorlog betekent voor de afbraak van de natuurlijke leefwereld.

Evenals bij de Golfoorlog vinden veel oorlogen een oorzaak in de vraag wie de zeggenschap over de energie- en grondstoffenvoorraden zal hebben. Een vraag van groot belang. Legers gebruiken samen ongeveer 6% van alle energie. Een F16 bijvoorbeeld verstookt meer brandstof in een uur dan de gemiddelde auto in een jaar. Militaire activiteiten vergen naar schatting 10% van alle ijzer en staal en een groot deel van mineralen als beryllium, kobalt en titanium. Om te blijven functioneren moeten legers over dit alles kunnen blijven beschikken, zodat een flink deel van de militaire kracht gericht wordt op het behoud van die zeggenschap. Dit feit leidt automatisch tot grotere legers.

Met de groeiende omvang van de legers en de technische perfectie van de wapens, is de behoefte aan oefenterreinen meegegroeid. Moderne vliegtuigen vliegen sneller en verder en moderne artillerie heeft een grotere reikwijdte dan die van vroeger. De uitspraak: “Vroeger werden de mannen bewapend, tegenwoordig worden de wapens bemand”, is een goede illustratie van dit proces. Bijna 1% van al het land op aarde is militair gebied. Steeds meer grond wordt daardoor lange tijd ongeschikt voor normaal gebruik. In Noord-Afrika zijn na meer dan een halve eeuw de sporen van de grootschalige tankslagen uit de tweede wereldoorlog nog duidelijk aanwezig. In Vietnam, Laos en Cambodja zijn hele landstreken onbruikbaar als gevolg van de door de Amerikanen uitgestrooide ontbladeringsmiddelen. Maar de oorlogserfenis die waarschijnlijk het langst standhoudt wordt gevormd door de ontelbare niet-ontplofte bommen, granaten en vooral ook mijnen. Dagelijks nog worden mensen en mensenkinderen hierdoor gewond, gedood of verminkt. Zolang deze explosieven niet geruimd zijn blijft grondgebruik daar een uiterst riskante bezigheid. En veel vaart zit er niet in de opruimingswerkzaamheden.

Maar ook bij de productie en de opslag van wapentuig, en niet te vergeten bij het oefenen ermee, komt heel wat gevaarlijk afval in onze leefwereld terecht, onbedoeld weliswaar, maar toch. Oplosmiddelen, pcb’s, pesticiden, zware metalen, verarmd uranium, giftige alkaloďden en drijfgassen zijn daarvan bekende voorbeelden, evenals de bij atoomproeven over de wereld verspreide radio-actieve isotopen. De conclusie moet wel zijn, dat de militaire activiteiten de veiligheid op aarde niet vergroten.
En de schade blijft niet beperkt tot de onmiddellijke sfeer van het militair handelen. De honderden miljoenen dollars die uitgegeven worden aan oorlog en de voorbereiding van oorlog, kunnen niet benut worden voor de leniging van de vele sociale noden of voor het treffen van maatregelen om het milieu te revalideren.

Politiek betrokken militairen spelen bij dit alles een zekere rol. Niet alleen door hun invloed op de besluitvorming, maar soms ook doordat ze er persoonlijk profijt van proberen te trekken. Zo begon de vernietiging van het Amazonegebied in Brazilië onder een militaire dictatuur. Birmese militairen zorgden voor het kappen van de teakbossen. Het hardhout werd naar het buitenland verkocht. Van dit geld werden wapens aangeschaft en het ondemocratische regime in het zadel gehouden. De militaire top voer er wel bij. Op de Filippijnen was het al niet anders. In naam van het anti-communisme onderdrukte het leger de weerstand van de bevolking tegen de vernietiging van het oerwoud. Dit spelletje werd, ook na de val van Marcos, gewoon voortgezet.

Aangezet door de richting die de openbare mening in de Verenigde Staten was ingeslagen probeerde de militaire top haar image te verbeteren door milieuvriendelijke plannen in de openbaarheid te brengen. De Senaat aanvaardde hiertoe het Strategisch Milieu Initiatief, waardoor het mogelijk werd militaire informatie vrij te geven, die gunstig bevonden werd voor het opkrikken van de openbare mening omtrent de militaire denk- en handelwijze. Als eerste project stelde het Pentagon voor te gaan zoeken naar een milieuvriendelijke methode voor de productie van plutoniumontstekers voor atoomwapens. Toen anderen verdergaande voorstellen indienden, maakte de militaire top bekend, dat er grenzen waren aan hun milieuvriendelijkheid. Gedwongen tot een uitspraak over de verhouding tussen leger en milieubescherming, volgde de uitspraak dat oorlog en oorlogsvoorbereiding altijd op vernietiging gericht zullen zijn. Een helder en eerlijk standpunt, inderdaad. Het mag duidelijk zijn, dat iedere stap op weg naar ontwapening en de sluiting van elke militaire basis de milieuschade kan beperken. Maar tenslotte zullen de legers moeten worden afgeschaft, want oorlog is niet alleen misdaad tegen de menselijkheid maar ook tegen het milieu.

Wim Harms

Dit artikel is een korte bewerking van een artikel van John Miller in de Nonviolent Activist, het blad van de Amerikaanse tak van de War Resisters International, waar ook de vereniging Pais bij is aangesloten.

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Updated: 20 december 2000