Pacifisme in de politiek,
kan ’t anders?

Hans Feddema, lid van het buitenlandberaad van Groen Links, wijst in ’t Kan Anders 2000 nr. 2 op de tendens van de Verenigde Staten om eigenlijk de NAVO de taak te laten overnemen van de VN, de NAVO dus als ’s werelds regelaar/politieagent. Een streven dat in de Kosovo-politiek door de meerderheid van de GroenLinks fractie (die overigens voltallig voor de NAVO Kosovo-oorlogsacties stemde) werd gesteund. Dit ten principale kiezen voor de NAVO werd door het GroenLinks congres van 18 maart 2000 verworpen, hetgeen, aldus Feddema, een ramp in de partij voorkwam. In het andere geval zou namelijk een grote uittocht uit de partij het gevolg zijn geweest. Feddema verheugd dus: er is niet ten principale gekozen voor de NAVO!
affiche PSPJoop Vogt daarentegen heeft een heel andere invalshoek. Hij constateert in ’t Kan Anders 2000 nr. 4 dat de GroenLinks Tweede Kamerfractie de regering steunde om, en dit onder verantwoordelijkheid van de NAVO, troepen en bombardementsvliegtuigen naar Kosovo te sturen – hetgeen duidelijk in strijd was én met het geldend bindend internationaal recht én met het GroenLinks programma punt dat de NAVO dient te verdwijnen. Partijraad noch congres veroordeelden vervolgens de fractie voor deze handelwijze. Joop heeft daarmee het vertrouwen in GroenLinks geheel verloren en beëindigde zijn lidmaatschap.
Twee oprechte pacifisten dus – de een verheugd over de belangrijkste koersbeslissing van het GroenLinks congres, de ander juist, diep teleurgesteld, vertrokken.
Ligt in dit paradoxale beeld niet besloten dat er goede reden bestaat om nader te analyseren hoe de verhoudingen liggen tussen pacifisten en pacifisme enerzijds en functionerende politieke partijen/groeperingen anderzijds?

Er bestaan (bestonden?) gelukkig enige voorbeelden van politieke partijen die – en dit alles als splinternieuw verschijnsel – radicale afwijzing van oorlog en oorlogsvoorbereiding tot essentieel uitgangspunt voor hun programmering verkozen. Hedendaags geformuleerd: het ging bij deze partijen om de keuze: vóór een cultuur van vrede en geweldloosheid! Onderstreept werd daarbij dat er een duidelijk structureel verband bestaat tussen oorlogsbereidheid resp.
oorlogswaarschijnlijkheid enerzijds en de bestaande sociale en maatschappelijke structurering anderzijds.
In Nederland werd op die grondslag in 1957 de PSP opgericht.

In Duitsland maakten de Grünen in wezen dezelfde keuze. Onze Zuiderburen ontwikkelden Agalev. Geenszins toevallig werden deze voor de pacifistische benadering kiezende partijen tevens partijen met sterke nadruk op de milieuproblematiek. Duidelijk was en is op dat ecologisch terrein het directe verband met de bestaande maatschappelijke orde en de consequenties daarvan. Indien al ooit een leuze verhelderend mocht heten t.a.v. een wezenlijk andere politieke gerichtheid die zich manifesteert dan is het wel het motto dat de genoemde partijen feitelijk verbond: de eis, het vereiste: anders denken, anders doen! Of ook wel een nieuw “sterft gij oude vormen en gedachten” met welhaast diametrale invulling ten opzichte van voorgaande beeldvorming ter zake. De nu tot sterven veroordeelde “oude vormen en gedachten” bleken namelijk te moeten worden:

  1. het heersende geloof in (oor­logs)geweld als middel. Een geloof namelijk dat de dreiging is gaan impliceren van het compleet beëindigen van het menselijk leven zelf op deze aarde.
  2. het heersende geloof in ongelimiteerde economische groei. Een groei die immers langs de weg van de vernietiging van de ecologische bestaansvoorwaarden een vergelijkbaar perspectief bood.
Let wel: zowel de dwingend geworden keuze voor de noodzaak van geweldloosheid in internationale conflictoplossing als de dwingend geworden keuze voor de overgang naar een ecologisch verantwoorde economische structurering waren in de kern vereisten, voortvloeiend uit rationeel sluitende analyse. Indien immers de keuze voor het “anders denken, anders doen” niet tijdig tot stand zou komen, dan zou het lot van de menselijke samenleving daarmede in feite bezegeld zijn. Graag plakten, desondanks, de verdedigers van de bestaande orde op deze analyse het negatieve etiket van “doemdenken”.
Misschien mag gerepliceerd worden dat aan het ontkennen van de werkelijkheidswaarde van deze eigentijdse analyses heel wat meer terecht de kwalificatie van doemdenken (of doemhandelen!) toekomt!

Het is dunkt me tekenend dat in GroenLinks een stevige neiging bestaat om de “oude” PSP af te doen als (en te denigreren tot) een “getuigenispartij”. Wie zo oordeelt bewijst mijns inziens slechts er niets, maar dan ook helemaal niets, van begrepen te hebben. Het bij getuigenisgroeperingen behorende illusionisme, zonder werkelijkheidsbesef, lijkt helaas duidelijk karakteristiek voor de nog altijd gelovigen in “vrede door oorlogsvoorbereiding” (en oorlogstoepassing) en voor het geloof in ongeremde economische groei als panacee voor (veel van) de wereldellende.

Zowel Grünen als PSP en Agalev verrichtten ongetwijfeld op beide hier aangegeven gebieden belangrijk bewustwordingsvoorhoedewerk. Zij konden daarmee uitgroeien naar de omvang van ook parlementair politiek functionerende groeperingen.
Het ziet er naar uit dat we ter zake van de voortzetting van dit bepaald niet minder noodzakelijk geworden werk in een diep dal terecht zijn gekomen. Enige oorzaken vandien zijn wel aan te geven, zoals:

  • Baantjesjagers zien bij zo'n ontwikkeling aantrekkelijke perspectieven, maar dan moeten natuurlijk wel de oorspronkelijke uitgangspunten prettig soepel worden gehanteerd. (De PSP telde al heel wat leden die openlijk erkenden aan het pacifistische uitgangspunt van de partij geen enkele boodschap te hebben).
  • Groepjes die zelf te weinig gehalte hebben om een vergelijkbaar resultaat zelfstandig te kunnen realiseren zien hier een gerede kans om (via infiltratie en machtsgreep-policy) het door anderen verrichte opbouwwerk te eigen bate aan te wenden In de PSP bestond de Proletarisch Links groep het om de partijdoelstellingen te vertalen tot liefde voor de dictatuur (van het proletariaat dan natuurlijk) en verlangen naar de gewapende revolutionaire strijd.
Hoe dan ook: een bewust voor een pacifistisch uitgangspunt opterende politieke partij mét politieke invloed bestaat niet meer, in Duitsland noch in Nederland. De Grühnen zijn met Joschka Fisher tot NAVO volgzaamheid geëvolueerd. Het Kosovo-beleid van de GroenLinks Tweede Kamerfractie spreekt zeker duidelijke taal t.a.v. het bij die groep levende niet pacifistische denkpatroon. En toch: de pacifisten zijn niet uitgestorven, niet in Duitsland, niet in Nederland, ook niet binnen GroenLinks nu.
In de vijftiger jaren richtten een aantal pacifisten zich tot het PvdA partijbestuur met het verzoek/voorstel: geef ons één verkiesbare plaats op de kandidatenlijst Tweede Kamer plus één verkiesbare plaats die via voorkeurstemmen toch tot verkiezing kan leiden. De PvdA weigerde resoluut: alsjeblieft geen pacifist in onze fractie! Nadien volgde de oprichting van de PSP (1957).
Zou het nu niet een goede gedachte zijn voor de pacifisten die GroenLinks trouw zijn gebleven om op hun beurt het voorstel te lanceren dat er op de GroenLinks kandidatenlijst één verkiesbare plaats voor een pacifist wordt ingeruimd, misschien zelfs een tweede mogelijkheid via voorkeurstem? Als het tot een dergelijke oplossing zou komen zouden minder GroenLinks kiezers zich te zijner tijd (weer) bedrogen kunnen voelen, wat nu, ongetwijfeld onbedoeld en zeker niet te kwader trouw, wel gebeurde. En wellicht is enig optimisme gerechtvaardigd t.a.v. de bereidheid van het GroenLinks partijbestuur om op een dergelijk voorstel positief te reageren? Want de afschuw/weerzin die in de jaren 50 het PvdA bestuur vervulde jegens pacifistische denkpatronen is toch hopelijk het GroenLinks partijbestuur vreemd?
Indien het tot een dergelijke oplossing zou komen dan zou dat mijns inziens twee niet geringe voordelen bieden:
  1. Minder GroenLinks kiezers zouden zich als het ware bedrogen kunnen voelen: "mijn stem werd gebruikt om drie maanden bommen gooien in Kosovo te ondersteunen en dat heb ik nooit in de verste verte bedoeld of gewild".
  2. Het komt aan de vereiste politieke zindelijkheid zeer ten goede dat de kiezer weet waaraan zijn/haar stem wel en waaraan niet zal worden gewijd. Wie – als de pacifist – oorlog als misdaad beschouwt heeft het recht zijn/haar stem niet in dienst van die misdaad te zien aangewend. Eens te meer waar eerst een heel andere indruk was ontstaan of opgeroepen.
Indien het tot zo’n oplossing zou komen dan zou het voor de pacifisten in GroenLinks bovendien inhouden dat hun visie niet alleen wordt “gerespecteerd” zoals Rosenmüller het formuleerde – maar ook mee mag functioneren. Toch niet teveel gevraagd?

Hans Wiebenga

hoofdmenu    inhoudsopgave    archief    over 'tKA   

Updated: 20 december 2000